Antistolling bij Zwangerschap: Preventie en behandeling VTE

Medicamenteuze adviezen

Behandeling alleen door gynaecoloog of internist.

Voor de behandeling met antistolling zijn slechts twee groepen geïndiceerd. De heparine ’s en de LMWHs. Vitamine K antagonisten hebben geen plaats in de antistolling vanwege hun teratogeniteit in het eerste trimester en vanwege hun verhoogde kans op ‘minor neurological dysfunction’ en een lager IQ van het kind, afwijkingen centraal zenuwstelsel en oog- en gehoorafwijkingen bij gebruik in tweede en derde trimester. Acetylsalicylzuur (aspirine®) geeft een verhoogde kans op congenitale afwijkingen en gebruik hiervan wordt niet geadviseerd. Over het gebruik van DOACs tijdens de zwangerschap is slechts beperkte data beschikbaar.

LWMH’s hebben een verlaagd risico op heparine-geïnduceerde-trombopenie (HIT) en heparine-geïnduceerde osteoporose. Daarom heeft een LWMH de voorkeur.


Stap 1 LMWH (Nadroparine)


De dosering van een LWMH geschiedt op lichaamsgewicht. Bij twijfel over de geschikte dosering kan een top spiegel anti-Xa, 4 uur na injectie, worden gemeten.

Geneesmiddelen

Nadroparine (profylaxe)

Dosering
0,3 ml (2850 IE) s.c. 1 dd.
Bijwerkingen
Hematomen rond injectieplaats, stijging transaminasewaarden, lokale huidreacties.

Nadroparine (behandeling)

Dosering
0,6 ml (11400 IE) s.c. 1 dd. bij 60-70 kg, 0,8 ml (15100 IE) s.c. 1 dd. bij 70-110 kg,
Bijwerkingen
Hematomen rond injectieplaats, stijging transaminasewaarden, lokale huidreacties.
Let op
Bij morbide obesitas dient gedoseerd te worden op Lean Body Mass
Bibliografie tonen

Bibliografie

Zwangerschap en antistolling; L.C. Oskam; S. Middeldorp; Ned Tijdschr Hematol 2016;13:10-7

NIV richtlijn antitrombotisch beleid, 2016 Link

Informatorium Medicamentorum, 2016